• VISIE

    Beeld van wat de organisatie wil zijn / betekenen over een aantal jaren, met name de maatschappelijke functie tegenpool van de huidige realiteit
  • REALITEIT

    De realiteit in de maatschappelijke omgeving (o.a. markt), de realiteit ook in de organisatie zelf tegenpool van de visie naar de toekomst
  • VORM(KRACHT)

    Alles wat met vorm te maken heeft, zoals structuren, systemen, regels e.d. tegenpool van beweging en verandering
  • VERANDERING

    Dynamiek, beweging, alles wat bevrijdt van (gestolde) vormen tegenpool van de vorm
  • MIDDELEN

    Middelen (menselijke capaciteiten, techniek, tijd, geld) die nodig zijn om de doelen te bereiken tegenpool van de gestelde doelen
  • DOELEN

    Doelen welke de organisatie in de komende tijd wil/moet bereiken (afgeleid van de visie)tegenpool van de noodzakelijke middelen

Het Hasper en van der Torn krachtenveldmodel

Het krachtenveld van iedere organisatie wordt gevormd door drie basisprocessen: het operationeel proces, het organisatieproces en het beleidsvormingsproces. Deze basisprocessen interacteren met elkaar, maar spelen zich bovendien af tussen twee polaire kwaliteiten of krachten.

Polair: de krachten werken tegengesteld, als elkaars opponent, maar zijn tevens van elkaar afhankelijk, roepen elkaar op, kunnen zonder elkaar niet bestaan. De wisselwerking tussen de polaire krachten wordt in het model gesymboliseerd door de lemniscaat.



Het beleidsvormingsproces vindt plaats tussen enerzijds visie (wat moet onze organisatie in de toekomst worden) en anderzijds de realiteit (binnen en buiten de organisatie). De visie poogt de realiteit te veranderen, de realiteit beïnvloedt onze visie. In de hele organisatie moet deze dialoog tot zijn recht komen, wil er sprake zijn van een gezonde beleidsvorming. Dominantie van de visie leidt tot luchtkastelen, dominantie van de realiteit tot ad hoc beleid.

Het operationele proces speelt zich af in het spanningsveld tussen doelen en middelen. Doelen beïnvloeden de middelen en willen ?gisteren? bereikt zijn. Middelen (vooral menselijke capaciteiten) hebben tijd nodig zich te ontwikkelen. Dominantie van de middelen leidt tot introversie, te geringe klantgerichtheid, weinig effectiviteit. Dominantie van de doelen leidt tot overspanning en inefficiency.

Het organisatieproces bevindt zich tussen enerzijds vorm (structuren, procedures), anderzijds verandering. Verandering tast de vorm aan, vorm verzet zich tegen verandering. Tegelijkertijd hebben zij elkaar nodig: verandering vraagt om nieuwe vorm, vorm vraagt om verandering. Dominantie van de vorm leidt tot verstarring, dominantie van de verandering tot chaos.

In een gezonde organisatie is er een goede wisselwerking tussen de polaire krachten en zijn ze globaal met elkaar in evenwicht.

Onze dienstverlening is er altijd op gericht het evenwicht te bevorderen of te herstellen door een goede verbinding tussen de polaire kwaliteiten en er waar nodig ook instrumentarium voor aan te bieden.